De Hanzesteden (1356 - 1450).
In het oosten Nederland stroomt de rivier de IJssel.
Aan deze rivier liggen de steden Zwolle, Kampen,
Zutphen en Deventer.
Deze steden zijn oud.
In deze steden staan veel oude gebouwen.
Deze gebouwen vertellen een verhaal.
Ze vertellen dat de steden aan de IJssel vroeger rijk waren.
Dat daar vroeger veel geld werd verdiend.
In 1356 werden Kampen, Zwolle en andere steden lid van
een organisatie.
Ook steden uit Polen, Duitsland, België en andere landen
werden lid.
Deze organisatie heette "de Hanze".
De steden maakten afspraken met elkaar.
De steden spraken af om met elkaar handel te drijven.
Ze spraken af elkaar te helpen.
De handelaren uit
deze steden gingen samenwerken.
De steden van de Hanze lagen
allemaal aan het water.
Ze lagen aan de zee of
aan een rivier.
Kampen, Zwolle en Deventer liggen aan een rivier "de
IJssel".
Deze rivier stroomt naar de zee.
De handelaren uit Kampen en Zwolle voeren naar het land
Polen.
Of naar andere landen, zoals Engeland.
De boten waarmee de handelaren voeren, heetten "Koggen".
De handelaren kochten vis, bier, wijn, graan, hout en andere
producten.
En ze verkochten deze producten in andere landen en steden.
Zo maakten de handelaren winst.
In de steden van de Hanze kon dankzij de handel veel geld worden
verdiend.
Door de handel werden de steden groter.
En de gebouwen werden mooier.
Amsterdam was geen lid van "de Hanze".
Ook de andere steden in Holland waren
geen lid.
Er voeren wel boten uit Amsterdam naar de landen en steden van
"de Hanze".
Handelaren uit Amsterdam kochten producten in deze landen.
En ze verkochten de producten, vooral graan, met veel winst.
Amsterdam werd langzaam een belangrijke handelsstad.
Een stad waar ook veel geld kon worden verdiend.
Tussen 1500 en 1600 namen de steden in Holland de
handel over van de Hanzesteden.
De Hanzesteden verloren de handel aan de steden in Holland.
Het succes van de samenwerking tussen de steden van de Hanze liep ten einde.
In Kampen, in Zwolle en in de andere steden werd steeds minder geld
verdiend.