Hugo de Groot (1554 - 1640).
Vanaf
1568 was Nederland in oorlog met Spanje.
Nederland heette toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De oorlog zou 80 jaar duren tot 1468.
Na 41 jaar oorlog maakten Nederland en Spanje een afspraak.
Zij spraken af om 12 jaar geen oorlog te voeren.
Deze afspraak werd het Twaalfjarig Bestand genoemd.
In 1619 liep het Twaalfjarig Bestand op zijn eind.
De oorlog
tegen Spanje duurde nu 51 jaar.
De leiders in de republiek waren het niet met
elkaar eens.
Er ontstond een flinke ruzie.
Sommige leiders wilden vrede met Spanje
sluiten.
De oorlog kostte veel geld en door de oorlog stierven veel mensen.
Anderen wilden geen vrede met Spanje.
Zij wilden de oorlog hervatten.
Zij wilden doorgaan met de oorlog totdat
Nederland de oorlog had gewonnen.
Hugo de Groot
was voor voortzetting van de vrede
met Spanje.
Hugo de Groot was een denker en een
schrijver.
In zijn boeken gaf hij zijn mening.
Hij zei en schreef wat hij dacht.
Hugo de Groot vond dat mensen weer normaal moesten
kunnen leven.
Hij wilde dat mensen weer normaal konden
werken.
De tegenstander van Hugo de Groot was de stadhouder Prins
Maurits.
De stadhouder was de leider van
het leger.
Prins Maurits wilde de oorlog hervatten.
Hij wilde de Spanjaarden verslaan en de oorlog winnen.
Hugo de Groot en prins Maurits waren het niet
met elkaar eens.
Ook waren ze het niet met elkaar eens over de
rol van de kerk.
In 1619 gaf prins Maurits de opdracht om Hugo
de Groot te
arresteren en om hem op te sluiten.
Hugo de Groot werd opgesloten in het
kasteel Loevestein.
Hugo de Groot hield van studeren en van veel
lezen.
Gelukkig mocht hij in de gevangenis studeren.
Daarom kreeg hij veel boeken.
Deze boeken zaten in een kist.
Soldaten brachten een kist met nieuwe boeken.
En als Hugo de Groot de boeken had gelezen, kwamen
soldaten de kist ophalen.
In 1621 zat Hugo de Groot al twee jaar opgesloten in het kasteel Loevestein.
Hugo de Groot had een plan.
Hij verstopte zich in de kist.
De boeken lagen in zijn bed onder de dekens.
Soldaten haalden de kist en brachten de kist
naar buiten.
De kist was zwaar.
Maar de soldaten keken niet in de kist.