In 1296 was Nederland nog leeg en er woonden
niet veel mensen.
De meeste mensen woonden in kleine dorpjes.
Er
waren niet veel steden.
En steden als
Leiden en Utrecht waren nog klein.
Nederland bestond nog
niet.
Er was nog geen regering in Den Haag.
Er was nog geen koning of koningin.
Holland en Utrecht bestonden.
Brabant en Zeeland bestonden.
En Gelre bestond.
Deze gebieden werden geleid door graven.
Tussen deze graven was veel strijd.
Iedere graaf wilde zijn land groter maken.
Vechten en moorden was normaal in 1296.
Floris V was
een graaf.
Hij was de graaf van Holland.
Hij vocht tegen
Utrecht.
Hij vocht tegen de Friezen.
Floris maakte van Holland een groot gebied.
Floris liet kastelen bouwen
in Holland.
Een bekend kasteel was het
Muiderslot.
Een ander kasteel was een
kasteel in Den Haag.
Floris had ook vijanden.
Deze mensen waren het niet met Floris eens.
In 1296 werd Floris gevangen genomen door zijn vijanden.
Hij werd opgesloten in zijn eigen kasteel Muiderslot.
Maar Floris had ook vrienden.
Zijn vrienden wilden hem bevrijden.
De vijanden van Floris wilden niet dat Floris
werd bevrijd.
Zij wilden Floris ontvoeren naar een ander
land.
Toen Floris werd ontvoerd, zat hij op een paard.
Floris wilde vluchten.
Maar dat mislukte.